Félix Vande Sande

FvdSFélix Vande Sande werd op 9 november 1824, midden in de Nederlandse periode, geboren te Mechelen. Hij behaalde het diploma van onderwijzer aan de École Normale.

In 1841 begon hij zijn loopbaan als schoulmiester in Brussel.

Vanaf 1843 kreeg de toneelmicrobe hem te pakken: hij ging acteren bij de Koninklijke rederijkerskamer Mariacranske-De Wijngaard Brussel. Later werd hij er toneelleider.

Ondertussen vond hij in 1848 een nieuwe job als bibliotheekbediende in de Bibliothèque Royale de Belgique. Hij verliet de Koninklijke Bibliotheek in 1851 om bibliothecaris te worden bij de Brusselse balie.

Maar zijn hart lag hoofdzakelijk bij het Vlaamse theatermilieu in Brussel, waar hij samen met figuren als Peter Benoit en Jacobs Kats ijverde voor de verspreiding en gelijkberechtiging van de Vlaamse taal en cultuur. Hij hield zich niet alleen bezig met het schrijven van toneelstukken, hij leidde en richtte tegelijk verschillende toneel- en cultuurkringen op: de Vereenigde Toneelliefhebbers, het Vlaamsch Kunstverbond en het Vlaemsch Midden-Commiteit. Hij was als het ware de steunpilaar van het Brussels en Nederlandstalig amateurtoneel: het Brussels Volkstejoêter avant la lettre. Hierin moeten geen taalkundige spitsvondigheden worden gezocht of complexe en meerlagige plots. Het ging voornamelijk om komedies, kluchten en volksverheffende historische stukken, waarin het publiek een beetje kennis kreeg van het verleden en linken kon leggen naar de eigen tijd.

In 1884 schreef Vande Sande – na de verkiezingsnederlaag van de liberalen – de monoloog Baas Politiek, waarin de politieke kweddelen aan de kaak werden gesteld. De korte monoloog eindigt met een slotrondo, waarmee de spreker zijn discours samenvat.

 

’t Gaat er in ons land van katholiek en liberalen,
Heel ons land is mank, en al wat handel heet is ziek,
Van dit harrewarren moet de burger’t al betalen
En hij blijft zoo vet met liberaal als katholiek.

’t Spel dat gaat verkeerd: wie niet en heeft die moet betalen,
Rijkaard heeft het al en hij betaalt niet, ’t is komiek,
En dit blijft bestaan bij katholiek en liberalen,
En dit blijft bestaan, zoowel bij de een’als de ander kliek.

Ja, ik zou gewis het boeltje’t onderst boven keeren,
Kwam ik aan het roer de rijkaard schoot in zijnen zak,
‘k zou monsieur Rotschild het binnenscharren wel verleeren
En ik zette Susken Droogenbrood op zijn gemak.

En betaalde men voor doozenbroodjes met korenten,
Chocolad’, goudron en ander apothekerij,
Ik belastte ook de kerk en de sacramenten
En de francmaçons, maar de jenever liet ik vrij!

[Slotrondo uit ‘Baas politiek’ (boertige alleenspraak) door Felix van de Sande, Antwerpen, Lodewijk Janssens, 1884, p.10.]

 

Vervang een paar begrippen en je merkt dat de tekst brandend actueel is.

 

In de periode 1875-1876 was hij de eerste directeur van het “Toneel der Volksbeschouwing” in de Cirkstraat, wat later de Koninklijke Vlaamse Schouwburg werd.

Zijn Vlaamsgezindheid spreidde hij verder tentoon door artikels te schrijven voor het liberale, flamingante blad “De Zweep”, en door het weekblad “De Vrije Vlaming” op te richten. Hij gebruikte “Pardoes” als synoniem.

Het flamingantisme weerhield hem niet om zijn Belgisch patriottisme te laten zien. Op de 71ste verjaardag van Leopold I (16 december 1861) liet hij het “Leve de Koning!” van Peter Benoit opvoeren door een koor van 150 man in de Vlaamse schouwburg in de Cirkstraat. Zoals vele (vaak Franstalige) flamingante, progressieve liberale Brusselaars ging het er voornamelijk om, om het volk bewust te maken van zijn Vlaamse identiteit. Het doet denken aan Charles De Coster, de Franstalige Brusselaar die met “La légende d’Ulenspiegel” de Vlaamse culturele traditie gebruikte om de Belgische identiteit te versterken. Sinds de onafhankelijkheid werkten Vlaamse schrijvers, componisten en andere kunstenaars mee aan de creatie van een Belgische geschiedenis en cultuur. Die cultuur was dominant Frans en dat betreurden ze. Daarom streefden ze voortdurend voor de invoering van Nederlands in het openbare leven. Maar die flamingantische strijd was emancipatorisch binnen Belgische context.

Félix Vande Sande woonde een groot deel van zijn leven in Koekelberg, waar hij op 11 maart 1890 overleed. Hij werd begraven op het kerkhof bij de Sint-Annakerk. Toen het kerkhof verhuisde, werd zijn tombe verplaatst naar de huidige begraafplaats op de grens van Dilbeek en Sint-Agatha-Berchem.

FvdS'In 1925 werd een borstbeeld opgericht in Koekelberg. Het kunstwerk werd gefinancierd via openbare inschrijving: crowdfunding noemen we dat nu.

De plaats waar het neergeplant werd is zeer symbolisch voor ons tweetalig gewest, of in dit geval Koekelberg. Tegenover het beeld woont een voormalig secretaris-generaal van het oude FDF (Front Des Flamingants): een germanist van opleiding -net als zijn echtgenote- die dagelijks Félix Vande Sande mag groeten.

Het is duidelijk: Koekelberg is de gemeente waar iedereen zich thuis voelt.

 

 

Bronnen:
Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s