Koekelberg en het Gewestelijk Plan voor Duurzame Ontwikkeling

Met het Gewestelijk Plan voor Duurzame Ontwikkeling (GPDO) wil de Brusselse Regering een antwoord geven op de uitdagingen waarmee het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wordt geconfronteerd. Het GPDO beslaat de volledige 161km² van het gewest. Het plan schetst projecten die oplossingen moeten bieden voor huisvesting, mobiliteit, economie en de leefomgeving eerst tegen 2025 en vervolgens tegen 2040 in goede banen te leiden.

image
Koekelberg in de toekomst

Een mediacampagne en een website nodigt alle Brusselaars uit om hun zeg te doen over dit GPDO. Ook gemeentebesturen geven advies. Tijdens de gemeenteraadszitting van 20 februari 2017 was het de beurt aan Koekelberg.

Onze gemeente mag dan maar 1,2km² van de totale oppervlakte van het gewest beslaan, met bijna 22.000 inwoners is het een van de dichtst bevolkte: 18.359 mensen per km². Prognoses stellen een bevolkingsaangroei van 14% in het vooruitzicht tot 2025.

De uitdagingen op het vlak van huisvesting, leefbaarheid en socio-economische activiteiten zijn groot.

Houdt een mastodont als het Gewest hier rekening mee?

Is de afstand van het Gewest tot de lokale inwoner niet te groot om daar rekening mee te houden?

Met de bouw van nieuwe gemeenschapsvoorzieningen (crèche, basis- en secundaire school, sportzaal, bibliotheek, gemeenschapscentrum en jeugdinfrastructuur) en een honderdtal woningen vlakbij Simonis, wordt een stap gezet in de goede richting. Maar er zijn nog hiaten die moeten opgevuld worden als we willen dat Koekelberg ook in de toekomst een gemeente is waar iedereen zich thuis voelt.

Het is duidelijk dat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest met het GPDO een aanzet geeft om de uitdagingen aan te pakken. De tekortkomingen van het plan tonen duidelijk aan dat het Gewest vaak te ver af staat van de bewoner en niet genoeg rekening houdt met de lokale omstandigheden.

Een lokaal bestuur is niet alleen beter bereikbaar voor de bewoner, het heeft ook een beter zicht op de lokale situatie en noden.

Een project als het GPDO is als het ware een pleidooi voor het behoud van gemeenten en zelfs voor opsplitsing van grotere entiteiten en meer inspraak.

 

Voldoende kwaliteitsvolle en betaalbare woningen

De laatste tien jaar is de Koekelbergse bevolking aanzienlijk gegroeid. Projectontwikkelaars bieden hier een antwoord met de creatie van nieuwe appartementsgebouwen. Andere eigenaars delen bestaande panden op en maken op die manier meergezinswoningen.

De strijd tegen de overmatige verdichting van de wijken door het onwettig opdelen van bestaande gebouwen mobiliseert nu reeds verschillende diensten van het gemeentebestuur. Er zijn bijna geen bouwgronden meer beschikbaar. Hoe Koekelberg de voorspelde 14% demografische groei op haar grondgebied zal kunnen opvangen blijft een groot vraagteken.

Mocht het Gewest quota’s willen opleggen, verwachten we op zijn minst concrete voorstellen om tegemoet te komen aan het ontbreken van bebouwbare terreinen in de gemeente. Een raming van de verhouding van te creëren private en publieke woningen is nodig om een evenwichtige verdeling van deze woningproductie te programmeren en vooral om te kunnen inspelen op de gevolgen, verbonden aan de komst van nieuwe inwoners. Natuurlijk moet het Gewest de middelen en instrumenten voorzien om die woningen te bouwen en om voorzieningen en diensten te creëren voor de groeiende bevolking.

Het GPDO schuift verschillende pistes naar voor om de bevolkingsaangroei aan te kunnen. Voor Koekelberg komen er twee in aanmerking:

  • een verdichting van het aantal woningen door in de hoogte te bouwen;

  • een verdichting in de binnenterreinen van huizenblokken.

Tussen de Sint-Agatha-Berchemselaan en de Vrijheidslaan zouden verschillende straten en woonblokken in aanmerking kunnen komen voor de toepassing van de twee principes.

Maar, zonder stedenbouwkundige regels dreigt een vastgoedspeculatie. Het GPDO moet duidelijker omschrijven wat wordt verstaan onder “grote stratenblokken met een lage dichtheid” om de bewoners van de bouwblokken rechtszekerheid te bieden.

Een gecontroleerde verdichting van de residentiële wijken vereist niet alleen dat openbaar vervoer wordt voorzien, maar ook dat het vooraf gerealiseerd wordt. De aanleg van een tramlijn zou sneller een antwoord bieden voor de verplaatsingen dan de creatie van een metrolijn tegen 2040.

Daarnaast zal voldoende parkeergelegenheid buiten de openbare weg moeten opgelegd worden voor de nieuwe projecten.

Een andere doelstelling van het GPDO is de kwaliteit van woningen verbeteren. Hier moet rekening worden gehouden met de bestaande situatie waarbij in de eerste en tweede kroon woningen vaak onwettig zijn opgedeeld, dikwijls met slechte woonkwaliteit tot gevolg. Indien het de bedoeling is te vechten tegen onwettige bezetting van gebouwen en huisjesmelkers moet gesteld worden dat deze opdelingen onbewoonbaarheid en onveiligheid creëren. De gemeentelijke administraties en hun instrumenten moeten versterkt worden (bijvoorbeeld de niet-verjaring van stedenbouwkundige inbreuken) zodat zij beter kunnen strijden tegen onwettige bezettingen van bestaande gebouwen en bij regularisaties een minimale kwaliteit van de woningen kunnen garanderen.

Het GPDO voorziet in de bouw van 6.500 openbare woningen. Wat dit voor Koekelberg betekent, blijft vooralsnog onduidelijk. Duurzaam wonen is ook betaalbaar wonen.

 

Een aangename leefomgeving met buurtwinkels, gezellige caféetjes en gemeenschapsinfrastructuur

In Koekelberg worden slechts twee lokale identiteitskernen (LIK) afgebakend: het Eugène Simonisplein en het Henri Vanhuffelplein met het hoger gelegen deel van de Sint-Annakerkstraat.

Het GPDO erkent het Bastenakenplein met de Karreveldlaan niet als handelspool. Het is een plek die net door de aanwezigheid van handelszaken gemeenschapsversterkend werkt.

Het gemeentebestuur erkent de zone Bastenakenplein/Karreveldlaan al jaren als handelskern en wil dat die buurt toegevoegd wordt als LIK. Tegelijk moet het GPDO aangeven welke middelen er voorzien worden voor de creatie, herkwalificatie en versterking van de LIK. Elke lokale identiteitskern zou zeker moeten kunnen genieten van een “lichtplan”.

In het duurzaam wijkcontract “Historisch Koekelberg” was een culturele pool gericht op de circuskunsten voorzien. Deze infrastructuur is niet kunnen gebouwd worden door gebrek aan voldoende financiering. De bouw van een culturele pool gericht op de circuskunsten zou kunnen aansluiten bij de ambities van het Gewest.

Naast de lokale identiteitskernen zijn er nog buurtwinkels op verkeersassen zoals de Pantheon-, Basiliek-, Seghers- en de Sint-Agatha-Berchemselaan.

In het verleden hielden de criteria om de gemeente te subsidiëren in hun ondersteuning van de lokale economie geen rekening met de specificiteit van Koekelberg en zijn winkels die verspreid zijn over bepaalde assen. Nochtans hebben de buurtwinkels buiten de gelokaliseerde LIK eveneens nood aan ondersteuning. Een specifiek gewestelijk programma is nodig om de gemeenten bij te staan deze buurtwinkels in stand te houden.

De drie toeristische trekpleisters van Koekelberg (Basiliek, Aquarium van Brussel en Belgian Chocolate Village) kunnen een troef zijn voor de handelsactiviteiten van de gemeente. Een methodologische en financiële steun op gewestelijk niveau om verbanden te leggen tussen toerisme en plaatselijke handel zou welkom zijn. Maar het GPDO spreekt zich niet uit over een gewestelijke visie die rekening houdt met een lokale synergie tussen handel, de aanleg van het openbaar domein, mobiliteit en toerisme.

Het hart van Koekelberg situeert zich in een vergroeningszone, de rest van het grondgebied in een zone voor de versterking van het groene karakter van binnenplaatsen van stratenblokken. De Ruimte voor Versterkte Ontwikkeling van de Huisvesting en de Renovatie (RVOHR) die werd ingevoerd door vorige GewOP’s, werd geherdefinieerd eind 2016 tot een nieuw stadsvernieuwingsgebied (SVG).

In Koekelberg komt het SVG overeen met het RVOHR, waaraan de percelen in de Vanderborghtstraat en deze van het voormalig kerkhof in de Emile Sergijselsstraat werden aan toe gevoegd.

Het instrument “Wijkcontract” heeft invloed gehad op de woningen, buurtvoorzieningen, bewonersbetrokkenheid, een sociaal-economisch luik, de openbare ruimte en heeft sinds 2010 milieucriteria geïntegreerd. De realisatie van deze operaties vergde middelen van zowel het Gewest als van de gemeenten.

Het “Stadsvernieuwingscontract” is opgedoken om dezelfde thema’s te behandelen in zones die zich uitstrekken over verschillende gemeenten. Als resultaat van die herontwikkeling van de wijken moeten nieuwe infrastructuren beheerd en onderhouden worden door het lokaal bestuur. Dat weegt zeer zwaar op de gemeentelijke financiën. Het is nodig om een evaluatie te maken van de instrumenten voor stadsvernieuwing om hun impact te evalueren wat het beheer en onderhoud betreft.

Koekelberg kent eveneens heel wat groene ruimten. De grootste en bekendste is het Elisabethpark, dat in het GPDO opgenomen is als te renoveren en potentiële comfortzone. Wat dit betekent, mag nauwkeuriger worden omschreven. 

Mobiliteit

Als de druk van auto’s in de komende jaren wil verminderd worden, zullen er snelle en efficiënte alternatieven moeten zijn alvorens in te grijpen op de wegeninfrastructuur (zoals wijziging van de in- en uitgaande verkeersassen tot stadsboulevards).

Zonder alternatieven zal zich juist het tegenovergestelde effect voordoen: een verzadiging van het wegennet met niet te verwaarlozen negatieve effecten op het welzijn van de Koekelbergenaars (en de Brusselaars in het algemeen) door onder meer geluid, vervuiling, etc. en op de economie in het gewest.

Vermits het huidig aanbod van alternatieven voor de privéauto al onvoldoende is, zijn de P&Rparkings met efficiënte aansluiting op GEN, metro, tram en/of bus om de stroom aan binnenkomende pendelaars op te vangen, een conditio sine qua non voor het welslagen van de modalshift.

Het verminderen van het aantal parkeerplaatsen op de openbare weg is eveneens onderworpen aan het aanbod aan openbaar vervoer of andere alternatieven. Voor de kleine gemeenten die dichtbevolkt zijn en weinig of zelfs geen enkele alternatieve mogelijkheid hebben voor parkeren buiten de openbare weg, zal het afschaffen van een groot aantal parkeerplaatsen bron zijn van onophoudelijke problemen voor de bewoners.

In het huidig ontwerp van GPDO wordt er onvoldoende rekening gehouden met de parkeerproblematiek van de in het centrum van het Gewest gelegen gemeenten en deze in de tweede kroon. Het is dan onlogisch om een zelfde quota voor de reductie van de parkeerzones op te leggen aan alle gemeenten: zo krijgt een gemeente met een ruim woonaanbod dezelfde doelstellingen als de in het centrum gelegen gemeenten, die per definitie bestemmingsgebieden zijn.

De metrolijn West, in het vooruitzicht gesteld tegen 2040, is niet de beste oplossing. Zij zal kolossale investeringen vergen voor infrastructuur en uitbating, en zal slechts een ontdubbeling betekenen van de bestaande metro (gedeelte tussen Stuyvenberg en Weststation).

Een tramlijn kan evenwel overwogen worden om de bereikbaarheid te verbeteren van de omliggende wijken die nu slecht ontsloten zijn. Dit maakt het mogelijk het bestaande metronet te bereiken dat het stadscentrum bedient en waarvan de capaciteit verhoogd kan worden door hogere frequenties door middel van een vernieuwing van het signalisatiesysteem.

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s